Welk inkomen telt voor een ondernemer

| Meer
Het inkomen van de ondernemer en de hypotheekaanvraag
Bij de behandeling van een hypotheek- of andere kredietaanvraag van een ondernemer kan de vraag rijzen van welke inkomensbegrip men moet uitgaan. Een ondernemer heeft nogal wat bijzondere fiscale aftrekposten. Deze aftrekposten zijn geen kostenpost, zodat het fiscale inkomensbegrip niet een juist beeld geeft van de werkelijke draagkracht.
Onderstaand een herleiding van de winst van een ondernemer in bedrijfseconomische zin naar de belastbare winst.

Omzet
 
Kostprijs omzet
 
 
 
Overige kosten
 
 
 
Afschrijvingen
 
 
 
= winst (saldo fiscale winstberekening)
 
 
 
+ autobijtelling
 
- investeringsaftrek
 
+ desinvesteringsbijtelling
 
- premie beroepspensioen (vergelijkbaar met pensioenpremie werknemer)
 
- dotatie oudedagsreserve
 
- zelfstandigenaftrek (indien van toepassing verhoogd met startersaftrek)
 
- mkb-winstvrijstelling (10,5%)
 
 
 
= belastbare winst uit onderneming.
 

Voor de kredietaanvraag is het uitgangspunt saldo fiscale winstberekening uit de aangifte IB.
 
De toetswinst willen banken nog wel eens corrigeren in geval van specifieke posten die het beeld vertroebelen. Voorbeelden zijn een bijzondere afschrijving debiteuren en incidentele kosten in verband met afvloeiing van personeel.
 
 
Onderstaand volgt een toelichting op enkele posten.
 
Kostprijs omzet
Hieronder worden de kosten van de inkopen verstaan.
 
Afschrijvingen
De kosten van inrichting, machines, apparatuur etc. worden in een aantal jaren ten laste van de winst gebracht. Afschrijving leiden in principe tot een belastingbesparing. Afschrijvingen gaan niet gepaard met uitgaven. Vandaar dat deze post soms wordt bijgeteld om het echte inkomen te kunnen vaststellen. Daar staat tegenover dat de aanwezigheid van afschrijvingen vaak duidt op de noodzaak van vervangingsinvesteringen. Deze gaan uiteraard wel gepaard met uitgaven. De ondernemer heeft soms de mogelijkheid vervangingsinvesteringen uit te stellen. Daarom wordt met deze post soms geen rekening gehouden.
 
Gekochte goodwill is fiscaal in tien jaar afschrijfbaar. Tegenover de post afschrijving goodwill staan geen uitgaven uit hoofde van vervangingsinvesteringen, zodat deze post kan worden bijgeteld om de voor de hypotheekaanvraag relevante winst te verkrijgen.
 
Autobijtelling
Als de zakenauto ook privé wordt gebruikt, moet de ondernemer 25% van de cataloguswaarde bijtellen bij zijn fiscale winst. Alle kosten en afschrijvingen van de auto zijn dan fiscaal aftrekbaar. De ondernemer kan de auto ook tot zijn privé-vermogen rekenen. In dat geval mag hij 19 cent per zakelijke kilomter aftrekken van zijn winst. De bijtelling is dan niet van toepassing. Voor bepaalde milieuvriendelijke auto's geldt een bijtelling van 20% of 14%.
 
De omstandigheid dat de personenauto via de zaak wordt betaald, is in vergelijking met de particulier die deze kosten privé moet betalen een draagkrachtverhogende omstandigheid. Hierdoor zou men de autobijtelling als onderdeel van het toetsinkomen kunnen beschouwen.
 
Investeringsaftrek/desinvesteringsbijtelling
Ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen hebben recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. De hoogte varieert van 25% tot 0%. Hoe lager het investeringsbedrag, hoe hoger het percentage. Het percentage wordt toegepast op het investeringsbedrag.
 
Als de ondernemer de investering binnen vijf jaar ongedaan maakt, moet hij hetzelfde percentage toegepast op het desinvesteringsbedrag bijtellen bij zijn inkomen.
 
Niet alle investeringen komen voor investeringsaftrek in aanmerking. Zo zijn personenauto's en woonhuizen uitgezonderd.
 
Er zijn ook bijzondere vormen van investeringsaftrek zoals energieinvesteringaftrek en milieuinvesteringsaftrek.
 
Premie beroepspensioen
Dit is vergelijkbaar met de pensioenpremie die wordt ingehouden op het loon van een werknemer. Voor bepaalde groepen vrije beroepsbeoefenaren geldt een verplichte pensioenregeling. Voorbeelden zijn huisartsen en notarissen.
 
Dotatie oudedagsreserve
Dit betreft een fictieve aftrekpost. De oudedagsreserve maakt deel uit van het eigen vermogen. Het desbetreffende bedrag is fiscaal beclaimd. De ondernemer moet er te zijner tijd een (bancaire) lijfrente voor aankopen of er bij beëindiging van de onderneming over afrekenen in box 1. De aftrekpost bedraagt 12% van de winst (inclusief bijtelling auto) met een maximum. Om deze aftrekpost te kunnen claimen moet de ondernemer over (voldoende) ondernemingsvermogen beschikken. Deze aftrekpost gaat niet gepaard met afdracht van liquiditeit, zodat men er bij de beoordeling van de kredietcapaciteit geen rekening mee hoeft te houden.
 
Zelfstandigenaftrek
Dit behelst een fictieve aftrekpost. Hoe lager de winst, hoe hoger de zelfstandigenaftrek.
 
De tabel is voor 2009 als volgt.
 

winst van
tot
bedrag
0
13.695
9.251
13.695
15.890
8.600
15.890
18.080
7.953
18.080
51.765
7.087
51.765
53.955
6.470
53.955
56.150
5.785
56.150
58.340
5.106
58.340
 
4.488

 
De zelfstandigenaftrek wordt berekend over de winst na aftrek van de dotatie oudedagsreserve en de premie beroepspensioenregeling.
 
De extra zelfstandigenaftrek voor ondernemers die niet meer dan drie jaar ondernemer zijn bedraagt in 2009 € 2.070.
 
De MKB-winstvrijstelling
In 2007 zijn de belastingtarieven voor BV's aanzienlijk verlaagd (vennootschapsbelasting). Om IB-ondernemers ook iets te geven, is de MKB-winstvrijstelling ingevoerd. Deze bedraagt in 2009 10,5% van de winst na aftrek van de dotatie oudedagsreserve en de zelfstandigenaftrek.
 
 
Voorbeeld
Joost Mensing, 37 jaar, exploiteert een strandtent.
 

Omzet
200.000
Kostprijs omzet
-45.000
Overige kosten
-75.000
Afschrijvingen
-30.000
Winst
50.000
Autobijtelling
8.000
Investeringsaftrek (investeringsbedrag € 10.000)
-2.500
Premie beroepspensioen
0
Dotatie oudedagsreserve
12% x (50.000 + 8.000 - 2.500)
-6.660
Zelfstandigenaftrek
tabel toegepast op 50.000 + 8.000 - 2.500 - 6.660
-7.087
Startersaftrek
0
MKB-winstvrijstelling
-4.384
Belastbare winst
37.369
 
 

 
Stel dat er sprake is van stabiele winsten. Deze ondernemer staat op het punt een eigen woning aan te schaffen. Hij beschikt niet over spaargeld. Stel dat we de GHF-norm van 4,5 x het bruto inkomen hanteren. Uitgegaan dienst ons inziens te worden van € 50.000, waardoor het maximumkrediet bedrag uitkomt op € 225.000.